Mijn 10 beste schrijftips

Een goede tekst is meer dan alleen maar een correct gespelde tekst. Maar wat dat ‘meer’ nu precies inhoudt, is niet altijd even duidelijk. Sommige teksten hebben ‘het’ gewoon. Toch zijn er wel manieren die je kunnen helpen om beter te schrijven. Hieronder de tien beste schrijfadviezen die ik ooit heb gekregen:

Tip 1: Gebruik actieve werkwoordsvormen
Schrijf dus niet: “Het wetsvoorstel werd door het gemeentebestuur aangenomen.” Maar schrijf: “Het gemeentebestuur nam het wetsvoorstel aan.” Dat spreekt aan, leest lekker weg en is kort.

Tip 2: Wees origineel
Gebruik geen vergelijkingen, metaforen of beeldspraak die je vaak in geschreven teksten ziet. Schrijf dus niet: “De kaartjes voor de voetbalwedstrijd Arsenal tegen PSV gingen als warme broodjes over de toonbank.” Bedenk een vergelijking die de lezer nog niet kent. Een goede schrijver weet te boeien met bijvoorbeeld een zeldzaam woord uit de oude doos of een leuke kwinkslag.

Tip 3: Zorg voor variatie
Een herhaling van hetzelfde woord in één zin is bijna altijd storend, maar ook binnen één alinea kun je het beter vermijden. Dit kan soms lastig zijn en het angstvallig vermijden van iteraties kan tot onbegrijpelijke of zelfs lachwekkende teksten leiden. Denk hierbij aan Telegraaf-achtige artikelen waarbij de journalist het woord politieagent afwisselend vervangt door blauwpet, diender, rechtshandhaver of bonnetjesschrijver. Bij filosofische en wetenschappelijke teksten gaat de regel ook niet op: als je in een tekst over materie bij Aristoteles achtereenvolgens spreekt van substantie, grondstof en materiaal zal niemand je nog kunnen volgen.

Tip 4: Less = more
Ernest Hemingway, de meester van het minimalistische schrijven, schreef eens de volgende roman: “For sale: One pair of baby shoes. Never worn.” Meer woorden heb je inderdaad niet nodig. Streep weg die overbodige woorden, zinnen en alinea’s. Er wordt toch al zo ellendig veel geschreven.

Tip 5: Hou het concreet
Niets zo erg als wollige nietszeggende teksten. Neem bijvoorbeeld het volgende citaat uit het regeerakkoord van PvdA, CDA en ChristenUnie:

De veranderingen in de samenleving hebben gevolgen voor de bestaande systemen van de verzorgingsstaat. Er zijn nieuwe arrangementen nodig die beantwoorden aan de dynamiek van deze en de komende tijd. Die moeten ten dienste staan van het vergroten van de mogelijkheden en de kwaliteit van leven van mensen. De overheid zal mensen daartoe mobiliseren, verbinden, ondersteunen en toerusten om hun verantwoordelijkheid voor hun eigen leven en de samenleving in al zijn verscheidenheid vorm te geven.

Ouderwetse, vage en abstracte woorden waardoor de lezer geen idee meer heeft waar het over gaat. Stel je bij ieder woord de vraag: kan ik dit preciezer formuleren? Wat bedoel ik met ‘bestaande systemen’, met ‘nieuwe arrangementen’, ‘dynamiek van deze en komende tijd’ en ‘toerusten’?

Tip 6: Let op je orthografie
Maak geen domme taalfouten. De beste manier om dit te oefenen is door altijd (dus ook bij de meeste onbenullige e-mail op vrijdagmiddag aan je kleine broertje) op spelfouten te letten. Maak er je tweede natuur van om zonder fouten te schrijven. Je beste vrienden hierbij: de Schrijfwijzer van Renkema en de digitale Dikke van Dale.

Tip 7: Los of aan elkaar schrijven?
De Nederlandse taal verengelst, maar een samenstelling wordt in het Nederlands nooit onderbroken door een spatie. Het is dus tweekamerappartement en niet twee kamer appartement, IQ-test en niet IQ test etc. Voor meer voorbeelden zie de SOS (Signalering Onjuist Spatiegebruik) website.

Tip 8: Eén perspectief
Blijf bij één perspectief. Begin je tekst niet met ‘Deze tekst betoogt dat X’ om een paar alinea’s verder over te schakelen op ‘Ik zal vervolgens aantonen dat’. Ook in journalistieke teksten wordt deze fout vaak gemaakt. Je kunt een artikel schrijven vanuit het persoonlijke perspectief: “Ik/Wij/NOVA vroeg(en) Balkenende naar de reden van zijn aftreden.” Of je houdt het objectief: “Op de vraag wat de reden was van zijn aftreden antwoordde hij…” Van twee walletjes eten door af en toe te wisselen, is er niet bij; dat verwart de lezer. Het is een veelgemaakte fout, ook in journalistieke teksten. Kijk maar eens in dit artikel Freud van Trouw, bij punt 4.

Tip 9: Geen verwijzingen binnen korte teksten
Mijn eerste korte essay als filosofiestudent voldeed aan alle regels die ik had geleerd. Ik begon met een inleiding waarin ik vertelde wat ik ging vertellen, in het middenstuk vertelde ik het en in de conclusie vertelde ik wat ik verteld had. De docent wees mij er fijntjes op dat ik de tekst weliswaar goed had ingedeeld, maar dat ik uitgebreide verwijzingen in een korte tekst wel achterwege kon laten. Een lezer zal niet snel verdwalen in een tekst van drie a4-tjes. Verwijzingen zijn dus pas zinvol als je tekst langer is dan een paar kantjes.

Tip 10: Sapere Aude
Durf zelf te denken en negeer deze regels als je daar een goede reden voor hebt.