De moderne vertaler

Ik schreef eerder over de invloed van internet op ons lezen en denken. Maar ook ons werk verandert door het internet. Op een positieve manier.

Bijvoorbeeld mijn werk als vertaler. Vroeger had een vertaler een ijzersterk geheugen, een kleine bibliotheek aan woordenboeken en veel geduld nodig. Mijn geduld is beperkt, ik heb een paar (vooral digitale) woordenboeken en mijn geheugen sterft door gebrek aan oefening langzaam af.

Al is dat laatste niet helemaal waar. Mijn geheugen ontwikkelt zich in een andere richting. Het onthoudt niet meer hoe zaken heten of geschreven worden, maar het heeft zich omgevormd tot een alarmsysteem dat me waarschuwt. Het vertelt me dat er een verschil bestaat tussen Schutz en Schütze, maar onthoudt niet wat het is. Lui geworden omdat het verschil binnen twee muisklikjes weer op het scherm staat.

Maar niet alleen het internet heeft mijn werk verandert. Zogenaamde vertaalprogramma’s (eigenlijk Computer Aided Translation Tools) onthouden wat ik tot nu toe heb vertaald en doen voorstellen als ik soortgelijke zinnen tegenkom. Sinds kort zijn ze ook in staat voor zinsdelen en woorden automatische suggesties te doen. Vooral techische vertalingen die herhalend van aard zijn gaan daardoor sneller. Bovendien bespaart het programma de vertaler alle saaie en vermoeiende herhalingen. Een zegening dus. En het ontlast het geheugen van de vertaler: je hoeft immers niet te onthouden wat je al hebt vertaald.

De volgende stap in de samenwerking tussen mens en machine is ook al gezet. De nieuwste versie van het bekendste vertaalprogramma Trados integreert Google Translate in de vertaalvoorstellen. De zinnen van de machinevertaling zijn nog steeds te slecht om over te nemen, maar ze brengen je wel op ideeën. Het is bijna alsof je met z’n tweeën vertaald – al is de tweede vertaler nog wel iemand met een taalachterstand.

Zo gauw Google Translate deze taalachterstand wegwerkt en als een min of meer volwaardige vertaler mee kan denken, maakt dit mijn werk nog aantrekkelijker. De computer doet de saaie (want makkelijke) zinnen en ik kan me concentreren op de echte uitdagingen.

Wat er in de tussentijd met mijn geheugen gebeurt, kan ik niet zeggen. Ik heb mijn hoop gevestigd op de zogenaamde neurochips die de symbiose tussen mens en machine zouden kunnen perfectioneren. Alle woordenboeken in een chip in mijn hoofd – dat zou mijn geheugen volledig overbodig maken. Tot die tijd zal het echter zijn alarmfuncie moeten blijven vervullen.