Ervaringen vastleggen
Thursday, May 27th, 2010
Het is een vraag die iedere blogger, dagboekschrijver en columnist zich wel eens stelt: waarom schrijf ik? En voor wie? Voor beroepsschrijvers is beantwoording van deze vraag eenvoudig: zij doen het immers voor het geld. Maar ook voor hen zijn er eenvoudigere manieren om de kost te verdienen. De vraag blijft dus: waarom zou je jezelf blootgeven, op een blog, in een klein notitieboekje naast je bed of in je magnum opus in de onderste lade van je bureau?

De dag dat ik terugkwam uit New York stond ik voor de douane in de rij achter een Amerikaanse familie die Europa kwam bezoeken. De jongste zoon was een jaar of vijftien en hield vanaf het moment dat hij het vliegtuig had verlaten een videocamera voor zich. In het LCD-schermpje knipperende het rode REC-symbool. Hij filmde de binnenkant van de vliegtuigslurf, de Duitse aankomstbordjes en de roltrappen. Allemaal alsof een vliegveld een volledig nieuw fenomeen voor hem was. Pas toen de Duitse douanebeambte in de glazen cabine hem gebood zijn camera uit te zetten, liet hij teleurgesteld zijn arm zakken: zijn plan om iedere seconde van de reis door Europa vast te leggen, was nu al mislukt.
Je kunt lacherig doen over dit gedrag (dat zich overigens niet beperkt tot 15-jarige jongetjes) maar ergens is het verlangen om bijzondere momenten vast te leggen heel begrijpelijk. Hij was waarschijnlijk voor het eerst in Europa, had zich lang op de reis verheugd en wilde meer doen met wat hij zag en beleefde. Misschien om het later aan anderen te laten zien, maar misschien ook uit angst dat de mooiste momenten van zijn vakantie anders verloren zouden gaan. Ons geheugen is immers onbetrouwbaar en verraderlijk. En omdat hij nog jong was, of te weinig ervaring had in het vastleggen van de wereld om hem heen, besloot hij eenvoudigweg alles op video op te nemen wat hij tegen kwam.
Terwijl hij aan het begin van zijn vakantie stond, had ik net mijn bezoek aan New York achter de rug. Ik had ook ik het gevoel dat mijn plan om de reis vast te leggen was mislukt. Ik had foto’s gemaakt, geprobeerd mijn indrukken zo goed mogelijk in woorden te vatten. Maar al mijn inspanningen schoten te kort. Ik was er niet in geslaagd mijn bezoek aan New York vast te leggen zoals het was geweest; zoals ik het had ervaren. Het is één van de frustraties waar je als de historiograaf van je eigen leven voortdurend tegenaan loopt.
Een andere frustratie is dat vastleggen en ervaren elkaar in zekere zin uitsluiten. Je kunt niet ervaren hoe Europa is, als je voortdurend met een camera voor je neus loopt. Je kunt New York niet beleven, als je je iedere dag lange tijd terugtrekt om je belevenissen op te schrijven. En ook een onhandig grote DSLR-camera met extra 85-mm-objectief zit in de weg als je in een kroeg in Hell’s Kitchen staat. Maar zelfs als je je notitieboekje terzijde legt en je camera thuis laat, kun je New York niet echt ervaren. Niet als je voortdurend stilstaat bij wat je ervaart en je je telkens afvraagt hoe je het beleefde zou kunnen vastleggen. Je moet je kunnen laten gaan en opgaan in je belevenis. En vervolgens hopen dat er weer momenten komen om het beleefde te kunnen herbeleven en vastleggen.
De weg van historiograaf van het nu is dus bezaaid met obstakels en frustraties. Waarom doe ik het dan toch? Omdat het vastleggen van ervaringen en de wereld om je heen je waarnemingsvermogen scherpt. Als je veel en graag foto’s maakt, ga je anders naar de wereld kijken. Je traint je oog te letten op licht, schaduwen, gebouwen en mensen. Ook zonder camera zie je dan hoe het zonlicht tijdens het magische uur langs spiegelende wolkenkrabbers strijkt en de stad op een magische manier verlicht. Het valt je eerder op als een groep voetgangers op een symmetrische manier de straat oversteken. Dat soort momenten duren meestal te kort om ze vast te leggen of anderen erop te wijzen, maar alleen het feit dat je ze ziet, geeft je vaak al voldoening.
Hetzelfde geldt voor schrijven. Net als fotograferen je waarnemingsvermogen scherpt, vergroot het achteraf ordenen en vastleggen van je ervaringen je ‘ervaringsvermogen’. Je kunt ervaringen beter plaatsen en op waarde schatten, als je gewend bent ermee om te gaan. Op die manier kun je, naarmate je leven vordert, beter inschatten welke ervaringen ertoe doen. Je hoeft dan niet meer voortdurend met een videocamera voor je neus rond te lopen, omdat je weet wanneer je op REC moet drukken.
(Overigens is schrijven niet de enige of beste manier om dit te bereiken. Er zijn kunstvormen, zoals bijvoorbeeld film of theater, die misschien nog wel beter geschikt zijn om ervaringen te kanaliseren. En als je beroemd bent, kun je het reflecteren over je ervaringen ook aan anderen uitbesteden – bijvoorbeeld doordat zij een film of een boek over jouw leven maken. Maar die opties zijn helaas maar voor weinigen beschikbaar.)
Nietzsche heeft in één van zijn eerste filosofische essays eens geschreven over het apollinische en het dionysische. Kort gezegd is het dionysische het opgaan in het moment, het jezelf verliezen in de ervaring en de roes. Het apollinische is het nadenken en structureren achteraf. Pas als het apollinische en het dionysische samenkomen ontstaat er kunst. Een leven waarin ik alleen maar ervaar en nooit iets vastleg, is maar een half leven. Het apollinische deel ontbreekt. Door te fotograferen en schrijven, ontstaat er structuur en orde. Ik wil niet beweren dat levens daardoor automatisch een kunstwerk worden, maar wel dat ook onze levens, net als foto’s, films of romans, een zekere esthetiek kunnen bezitten. Gelukkig of ongelukkig: een leven kan mooi zijn, zoals een schilderij mooi kan zijn, zeker als achteraf of ergens halverwege alle stukjes op hun plek vallen en alles blijkt te kloppen. Een vereiste is daarvoor wel dat je deze schoonheid ook herkent. Schrijven, fotograferen en andere kunstvormen kunnen daarbij helpen.
Waarom schrijft de schrijver? Sommige omdat ze er hun geld mee verdienen. Andere misschien omdat ze hopen op eeuwige roem of omdat ze willen dat hun leven ‘niet onopgemerkt blijft’. Weer anderen schrijven om hun gedachten op een rijtje te zetten of omdat ze bang zijn dat ze anders hun verstand verliezen. Ik schrijf om dezelfde reden dat ik foto’s maak en vroeger als kind mijn leven in stripverhaaltjes vervatte: omdat ik het moment wil vasthouden. Dat verlangen is gedoemd te mislukken en staat de ervaring van het moment zelf soms in de weg, maar voor mij is de herinnering, de mentale foto niet genoeg. Ik kan niet anders dan mijn hand onder de zandstroom van ervaringen houden in de hoop dat ik ooit iets van een essentie van mijn bestaan in mijn handen heb. Die essentie mag daarna onopgemerkt blijven en verloren gaan, maar ik wil haar in mijn handen hebben gehad. Vastgelegd als foto of als een slordige aantekening in een notitieboekje.