Het uniekheidsprincipe

Ik schreef eerder over ervaringen en hoe ik die vast probeerde te leggen. De nadruk lag bij dat stukje op het vastleggen/registreren. Nu wil ik het hebben over de ervaringen zelf.

Stel je kunt op een doordeweekse dag twee dingen doen: naar een reünie van je middelbare school of met vrienden naar de bioscoop. Je vraagt je af wat je moet doen. Gezellig naar de bioscoop met mensen die je goed kent, is ontspannen, meestal leuk en niet vermoeiend. Voor de reünie valt ook wel wat te zeggen: je bent nieuwsgierig naar wat je ex-klasgenoten van hun levens hebben gemaakt, maar je hebt weinig zin in de reis en de nieuwsgierige vragen naar jouw eigen leven. Wat te doen: reünie of bioscoop?

Het lijkt een triviale vraag. Geen onderwerp waar filosofen zich mee bezig zouden moeten houden. En ik kan je verzekeren: dat doen ze vandaag de dag ook niet. Zij houden zich bezig met gewichtigere problemen, zoals wat je moet doen als een bandietenleider je vraagt het leven van één indiaan te nemen, om de levens van twintig andere te redden. Of wie er nu eigenlijk eerst van boord mag bij de zinkende Titanic: vrouwen of artsen. Vragen dus over leven en dood, waarbij de optelsom van het geluk van allen of de universaliseerbaarheid van het principe een rol spelen. Relevante theorieën in tijden van oorlog en cholera, dat zeker, maar ze helpen je niet verder bij de vraag: reünie of bioscoop.

Omdat we ons hier op onontgonnen terrein begeven, wil ik het uniekheidprincipe voorstellen. Dit principe helpt ons, als we moeten kiezen tussen twee potentiële ervaringen.

Onze levens zijn gevuld met gebeurtenissen die zich herhalen. Opstaan, ontbijten, naar ons werk gaan, werken, avondeten, afwassen, televisie kijken, slapen. Deze herhalingen hebben we nodig voor onze geestelijke gezondheid – in die zin zijn we allemaal een beetje autistisch. Maar toch. Als je terugkijkt op een jaar, welke ervaringen hebben het dan de moeite waard gemaakt? Dat is niet het ontwaken op dag 211, dat in bijna niets verschilde van het ontwaken op dag 210. Ervaringen waarop we terugkijken zijn beginnen aan een nieuwe baan, afstuderen, dronken worden met een vriend die je lang niet hebt gezien, een paraglidercursus doen, met je broers de Kilimanjaro beklimmen, een vriend in New York bezoeken. Die ervaringen herinneren we ons aan het einde van het jaar. Zij maken dat een jaar ertoe doet.

Het uniekheidsprincipe stelt nu, dat je, in geval van twijfel, altijd moet kiezen voor een ervaring die zich niet snel zal herhalen. En wat is meestal iets dat je vooraf weet. Het avondje naar de bioscoop met vrienden zal niet snel omslaan in een onvergetelijke avond. Je kijkt de film, drinkt een drankje en gaat naar huis. De reünie, zoveel is zeker, levert je eerder een ervaring op die niet op dezelfde manier zal terugkeren in je leven.

In dit geval zul je dus, op basis van het uniekheidsprincipe, moeten kiezen voor de reünie. Maar ik moet toegeven, dat zelfs de bedenker van dit principe meestal alles op alles zet om onder de onontkomelijke conclusie van zijn redenering uit te komen.